Nasaliteitsstoornis

Er is sprake van een nasaliteitsstoornis of neusspraak wanneer de klank (resonantie) van de spraak afwijkend is: de spraak klinkt te veel of juist te weinig door de neus. Tijdens het spreken moeten de meeste klanken door de mond worden gevormd. Het zachte gehemelte wordt hierbij opgetrokken. Hierdoor wordt de mondholte aan de achterzijde afgesloten, zodat er geen lucht door de neus ontsnapt. Slechts bij drie spraakklanken, de /m/, /n/ en /ng/, is er geen afsluiting nodig, zodat deze klanken door de neus klinken.

Wat doet de logopedist

Bij nasaliteitsproblemen is het belangrijk dat de KNO-arts geconsulteerd wordt voor verder onderzoek. Bij open neusspraak kunnen oefeningen ter training van het verhemelte aangeboden worden. Als de oorzaak kaakgeklemd spreken is, dan worden er oefeningen gegeven voor verdeling van luchtstroom door mond en neus.